Przewalskipaard (Latijn: Equus przewalski; Mongools: takhi) Het was de ontdekkingsreiziger en legerofficier Nikolai Przewalski uit Kyrgyzstan die na een reis door Centraal-Azië in 1878 melding maakte van het bestaan van hele kuddes wilde paarden. Tachtig jaar later waren ze nagenoeg uitgestorven, voornamelijk door ongebreidelde jacht Dank zij een snelle actie waarbij paarden uit gevangenschap in de natuur werden teruggezet en een goed doordacht fokprogramma waardoor steeds nieuwe paarden naar Mongolië kunnen worden uitgevoerd, is het aantal Przewalski’s weer op een redelijk niveau (ook vanuit Nederland wordt eraan meegewerkt; zie www.worldbank.org/nemo). De ca. 300 Przewalski’s, de enige nog levende echt wilde (dus niet verwilderde) paarden ter wereld, leven nu in streng beschermde gebieden. Ze onderscheden zich van de gedomesticeerde soortgenoten door hun iets kleinere gestalte, de dikke harige staart, een lichtbruine kleur, met name in de buikstreek, een streep over de rug en borstelige manen (zie www.treemail.nl van de Stichting tot Behoud van het Przewalskipaard).
Wilde Bactrische kameel (Camelus bactrianus ferus; khavtgai) Przewalski heeft de wereld ook attent gemaakt op de grote kuddes wilde kamelen in Centraal-Azië. De langharige, schuwe tweebulters trof hetzelfde lot: gejaagd om hun uitstekende vlees en bedreigd door wolven namen zij in aantal drastisch af. In Zuid-West-Mongolië lopen er nog een paar honderd rond in zorgvuldig beschermde reservaten als het Gobi National Park A. Er wordt geprobeerd het aantal wilde kamelen op peil te houden door kruising met gedomesticeerde soortgenoten.



Orkhon vallei