De traditionele architectuur van Mongolië is niet die van de stad of het dorp, maar van de steppe. Als er iets typerend is voor de vlakten van Centraal Azië, is dat de ronde tent van de nomade, de ger (die bij de buurvolkeren jurt wordt genoemd). De ger is het verplaatsbare huis van de nomadische herder en zijn gezin. Waar zijn kudde is, woont hij, werkt hij, ontvangt hij zijn gasten. De ger is van oudsher niet voorbehouden aan de bescheidenste bevolkingsgroepen. Ook de khans en andere hoge functionarissen leefden in enorme tenten op wielen, die door ossen werden voortgetrokken naar een plek op korte afstand van het slagveld, zo lezen we al bij de eerste Europese waarnemers in de late Middeleeuwen. Daar hield de vorst zijn hof, ontving hij ambassadeurs en liet hij wetten en besluiten optekenen, niet in een paleis op een vaste lokatie.
De gewone ger van nu is een soort ‘prefab’ constructie, in relatief korte tijd (één à anderhalf uur) op te zetten dan wel af te breken en gemakkelijk te transporteren op de rug van een kameel of (wat tegenwoordig vaker gebeurt) in de laadbak van een kleine vrachtwagen. Het geraamte bestaat aan de onderzijde uit een vlechtwerk van wilgenhout dat in een schaarvorm kan worden uitgerekt tot de gewenste ronde vorm is bereikt (de lage deur maakt er onderdeel van uit). Vanaf deze basis worden twee palen opgericht, die de basis vormen voor de rest van de bovenbouw. Deze bestaat uit een groot aantal dunnere latten, afhankelijk van de grootte van de ger. Het geheel van opstaande onderdelen wordt bovenin gekoppeld aan een ring. Deze dient als trekgat voor de kachelpijp en als ventilatiegat en kan worden afgesloten. Daarmee is het raamwerk voltooid; de ger is aan de wand ca. 1,60 hoog, in het midden ca. 2,40 m.


Zingen is een belangrijke manier om jezelf te kunnen uiten voor de Mongolen. Er bestaan verschillende zangvormen, zoals Kuumii (keelzang) en Urtiin Duu (long song).
Veel van de Mongolische kunst is van nature religieus en gelinkt aan Tibetaanse kunst. Traditioneel sculpturen en schilderen werd aan de hand van strenge regels uitgevoerd, wat weinig ruimte overliet voor de makers om er zijn eigen draai aan te geven. Zo stonden de kleuren en de vormen al vast. Helaas zijn de meeste werken vernietigd in de tijd van het communistische regime.De Mongoolse kunst is al eeuwenoud. Het begon met impressies en uitdrukkingen op rotsen. Op stenen muren e.d. werden allerlei schilderingen afgebeeld van jachtbuiten, hun vee en mensen.
De Morin Khuur is een viool met aan het eind van de hals een afbeelding van een paardenhoofd. Het is een viool met twee snaren, die gemaakt zijn van paardenstaartharen. De snaren worden ook wel dik en dun of man en vrouw genoemd. De dunne snaar is gemaakt van 105 haren van een merrie. De dikke snaar bestaat uit 130 haren en zijn afkomstig van een hengst.
The National Museum of Mongolian History